De periode
1929-1945
De Culturele dienst ontwikkelt zich al zeer snel: het aantal boeken in braille die gratis uitgeleend worden door de Bibliotheek blijft toenemen. Er worden ook recreatieve vergaderingen, concerten en conferenties georganiseerd.
1936:
Een Documentatiedienst en een Dienst voor schriftelijke cursussen worden toegevoegd aan de Braillebibliotheek. De kopiisten van de bibliotheek zetten gewone teksten om in braille en omgekeerd.
1930:
De Brailleliga bekommert zich om de mobiliteit van de blinden en slechtzienden en bekomt aanzienlijke kortingen op de tarieven van het openbaar vervoer. De blinde betaalt slechts één plaats voor zichzelf en zijn begeleider; als hij alleen reist, geniet hij 50% korting. In 1947 bekomt de Liga voor de blinden in de hoofdstad zelfs een gratis vervoerskaart voor het volledige Brusselse tramnet.
1933:
Steeds om de verplaatsingen van blinden te vergemakkelijken, richt de Liga een afdeling Geleidehond op.
1936 : De Brailleliga richt de Sociale dienst op, die samen met de Culturele dienst één van de belangrijkste pijlers van de instelling zal worden.
De Sociale dienst krijgt zeer uiteenlopende opdrachten: blinde of slechtziende personen opsporen en steunen, de revalidatiemogelijkheden bestuderen, administratieve stappen ondernemen om bepaalde sociale voordelen te verkrijgen, ...
1938:
De Brailleliga neemt literaire werken op plaat op.
 Een plaatopnemer
De eerste aanzet
De periode 1929-1945
De periode 1945-1970
Op naar het derde millennium
einde van de pagina |