|
De verschillende soorten blindenschrift vóór Louis Braille
Gedurende eeuwen hadden enkel gefortuneerde blinden toegang tot het geschreven woord dankzij de hulp van lezers die hen de informatie voorlazen. Sommige blinden poogden zelf hun eigen schrijfmethode te ontwikkelen. Maar deze methodes waren geen lang leven beschoren.
De meeste van deze pogingen vertrokken van het principe van de analogie: het Latijns alfabet werd weergegeven in de vorm van reliëfletters, die in hout, was of metaal werden gegraveerd of uit dergelijke materialen werden uitgebeiteld.
Om te leren schrijven, volgden de blinden met een prikpen de uitgebeitelde vormen. Ze trachtten de letterpatronen te memoriseren en later neer te schrijven met een pen.
 Gedrukte tekst met punten in reliëf |
Naast deze analoge systemen die op het Latijns alfabet waren gebaseerd, doken voor de eerste maal methodes op die gebruik maakten van symbolen. |
|
|
In de XVIIe eeuw bedacht François Lana Terzi (1631-1687), een Italiaans jezuïet, verscheidene gecodeerde schrijfmethodes voor blinden. Hij ontwierp onder meer een reliëfdrukprocédé op grof papier, alsook "een systeem dat blinden in staat stelt vlot te schrijven door alleen maar lijnen te trekken en punten te zetten (1670)".


Het systeem van François Lana
Het systeem van François Lana was de voorloper van de schrijfmethode van Charles Barbier en werd 150 jaar later door Louis Braille vervolmaakt.
Een beslissende wending: de Verlichting
In
de XVIIIe eeuw werd echter een belangrijke stap gezet met de eerste
poging tot alfabetisering en collectieve opleiding van visueel gehandicapten
uit bescheiden middens.
Blindheid wekte de belangstelling van de Verlichte filosofen. Diderot (1713-1784) publiceerde in 1749 zijn Brief over de Blinden ten behoeve van zij die zien waarin hij zich boog over de capaciteiten en het gedrag van de blinden.
Deze tekst accentueerde de bekwaamheid van blinden om via de tastzin toegang te hebben tot het geschreven woord. De Brief beïnvloedde in sterke mate het opvoedingsprogramma opgesteld door Valentin Haüy.
De doorbraak van Valentin Haüy
Valentin Haüy (1745-1822) begon in 1769 zijn loopbaan als vertaler. Hij werd een expert in het schrijven en ontcijferen van gecodeerde boodschappen. Dit had trouwens een invloed op zijn werk ten gunste van de blinden.
In 1771, tijdens de Sint-Ovidiuskermis was hij getuige van een schandelijk schouwspel waarbij de spot werd gedreven met blinden. Vanaf dat ogenblik voelde hij zich geroepen om zich in te zetten voor visueel gehandicapten.
 Portret van Valentin Haüy |
 De Sint-Ovidiuskermis |
In dezelfde periode vond priester Charles-Michel de L'Epée (1712-1789) de gebarentaal voor doofstommen uit. Dankzij deze taal konden doofstommen zich voortaan verstaanbaar maken. Valentin Haüy woonde verschillende openbare voorstellingen van deze methode bij en was onder de indruk van het collectief, openbaar en belangeloos karakter van dit onderwijs.
Haüy stelde zich tot doel het onderwijs open te stellen voor alle blinden, welke ook hun afkomst of financiële middelen waren.
In 1784 - het jaar waarin Diderot overleed - stelde hij een Opleidingsprogramma voor blinden voor aan het Filantropisch Genootschap. Deze vereniging vertrouwde hem de opleiding toe van François Lesueur, een zeventienjarige blinde die hij met verplaatsbare reliëfletters leerde lezen en schrijven. Dit eerste experiment verliep succesvol. |

Portret van François Le Sueur |
Valentin Haüy stichtte het Koninklijk
Instituut voor Jonge Blinden, de eerste school voor blinden die
aan alle blinden, zonder onderscheid van stand, gratis onderwijs
verstrekte. (Vandaag heeft men het over het Nationaal Instituut
voor Jonge Blinden.) Hij drukte voor zijn leerlingen de eerste boeken
in reliëf en in romeinse letters.
De pedagogische beweging die door Valentin Haüy op gang werd gebracht, verspreidde zich over heel Europa en inrichtingen voor bijzonder onderwijs voor blinden werden opgericht in Liverpool (1791), Edinburg (1792), Londen (1799), Wenen (1804), Berlijn (1806), Amsterdam (1808), Praag (1809), Kopenhagen (1811), Sint-Petersburg (1817), Napels (1818), Barcelona (1820), Brussel (1834), Brugge (1836), Luik (1837)...
Louis Braille, een geniaal uitvinder
De verschillende soorten blindenschrift vóór Braille
Louis Braille
Het brailleschrift, een universele taal...
Het brailleschrift en zijn concurrenten
Het Braillemuseum
einde van de pagina |